Coronavirus

print

Het coronaverhaal van lector John Dierx

31 mei 2020

Digitaal werken: het nieuwe abnormaal

Nu we massaal online moeten werken en socializen, gaan er geluiden op dat dit het nieuwe normaal wordt. Maar beter is te pleiten voor het nieuw abnormaal. John Dierx, lector Leven Lang in Beweging bij Avans Hogeschool, schreef hierover een opiniestuk dat op woensdag 27 mei verscheen in BN DeStem:

“Met Covid-19 is de digitalisering van onze samenleving ineens in een stroomversnelling gekomen. Zo is thuis werken, vergaderen en onderwijs op afstand ingericht en gaat met aanpassingen verrassend goed. Geen reistijd maar druk op ‘join’ en je zit weer in een andere omgeving. We ‘rennen’ van breakout room naar breakout room en tussendoor even naar eigen koffiemachine of toilet. Maar zijn wij mensen wel gemaakt voor deze ‘onlinemaatschappij’? Nee!! Fysiek contact kan niet door online contact vervangen worden. Fysiek contact is biologisch, na miljoenen jaren evolutie, in ons diepste wezen verankerd.

De juichstemming van mijn puberdochters - 'Joooo, we hoeven niet meer naar school voorlopig!'- duurde een kleine week. Lessen blijven saai maar het zien van hun klasgenoten is geherwaardeerd. Vreemd eigenlijk want ze staan continu met elkaar in contact via Snapchat, Instagram, Tiktok en Whatsapp-(beeld)bellen.

Ook wij zien en horen onze studenten en collega’s, en soms hun kinderen en partners, gewoon elke dag. Daarmee zouden we eigenlijk een nog persoonlijkere band met elkaar moeten krijgen. En toch ervaren we dat niet zo. We worden sneller kortaf, raken sneller vermoeid en geïrriteerd, praten gemakkelijk langs elkaar heen en kunnen minder snel zeggen wat we willen zeggen. Is er dan toch meer dan dat digitale nirwana zoals alle techreuzen en -profeten ons doen geloven?

Ruiken en proeven voor sociale gezondheid

De huidige technologie lijkt fysiek ontmoeten overbodig te maken. In realiteit is dat echter on(bio)logisch. We missen dan belangrijke informatie voor een goede sociale interactie. En die is belangrijk bij goed presteren, socialer gedrag en socialere besluiten. Naast ogen en oren gebruiken we namelijk in onze dagelijkse sociale interactie ook onze smaak, reuk en tast. U denkt: “Ruiken, proeven en voelen?” Dit is mogelijk een onsmakelijke gedachte. Maar onbewust, ruiken, proeven en voelen we ons elke dag heel wat af. Deze onbewuste reuk en smaak bepaalt hoe we ons tot elkaar verhouden. Bij digitale communicatie ontbreken deze zintuigen.

Naast de reuk en smaak is aanraking (tast) ook erg belangrijk. Met een subtiele por, een hand op de schouder of langs elkaar af lopen naar een koffieautomaat stemmen we af en hechten we ons aan elkaar. Het neemt stress weg en stimuleert sociale interactie en empathie. Het is dus heel begrijpelijk dat je achter je schermpje anders gaat reageren omdat je elkaars bedoeling niet kunt ruiken en voelen. Vandaar ook de uitdrukkingen: “Hoe had ik dat moeten ruiken?” of “Dat je dat niet aanvoelt?”

‘Verliefd’ op je collega’s

Behalve aan veranderingen in gedrag zijn er bij sociaal contact ook duidelijke veranderingen in de hersenen te zien. Mensen maken sneller en meer verbindingen tussen hersencellen. Dit gebeurt vooral in de hersengebieden betrokken bij gedrag zoals het zogenaamde limbische systeem: onder andere de ‘reukhersenen’ (lobus olfactorius), de amygdala (emoties) en de hippocampus (deel van geheugen).

Bij sociale interactie komt in dit limbisch systeem de stof oxytocine vrij. Deze stof zorgt ervoor dat moeders en vaders voor hun kinderen zorgen en opkomen. Ook remt het de zogenaamde stress-as die je laat vechten of vluchten. Dit oxytocine komt zowel bij ruiken en proeven als aanraken vrij. Hierbij schakelt oxytocine het beloningssysteem aan waardoor een prettig gevoel ontstaat. Bij partners in een relatie leidt reuk en aanraken van partner tot stijging van oxytocine. Door op het werk met elkaar in contact te zijn zou je kunnen zeggen dat je als het ware ‘verliefd’ bent op je collega’s.

Zet jezelf ook af en toe op ‘uit’

Maar is dat digitaal op afstand werken dan alleen maar heel slecht voor ons? Nee, zo is het ook weer niet. Het oxytocine-effect werkt op afstand ook wel. Maar zonder af en toe fysiek contact verdwijnt dat na zo’n twee tot drie maanden. Ook moet dat wel eerst ‘aangezet’ worden door elkaar fysiek te leren kennen.

Maar behalve het ‘oxytocine-effect’ is er ook nog het uithoudingsvermogen. Niemand kan gewoon dagelijks 5-8 uur achter elkaar hardlopen. Maar met het online lesgeven en vergaderen, vragen we onze hersenen wel elke dag marathons te lopen. Waar spieren tussendoor moeten ontspannen en herstellen, geldt ook voor onze hersenen. Dus voorkom ‘hersenkramp’ en ben niet urenlang achter elkaar online actief. Vermijd daarmee een suf hoofd, gebrek aan concentratie of wellicht zelfs een flinke hoofdpijn.

Het nieuwe (ab)normaal

De conclusie? Alleen online zou het niet ‘het nieuwe normaal’ maar ‘het nieuwe abnormaal’ zijn. Net als voeding en beweging geldt: alles met mate en in balans! Een mooie mengvorm van on- en offline zou veel beter zijn en niet leiden tot een nieuwe aandoening van ‘Digibesitas’. Daarbij komt dat fysieke aanwezigheid leidt tot socialer gedrag en socialere besluiten. En dat werkt nog beter als we elkaar kennen en goede relaties offline hebben.”


Terug naar het overzicht 'medewerkers aan het woord'

Laatst bijgewerkt op 31 mei 2020.